‘De aanpak van bodemdaling vereist meer data en sociaaleconomisch inzicht’

  • |

De bodem daalt sneller dan de zeespiegel stijgt. Maar we staan pas aan het begin van het begrijpen en aanpakken van bodemdaling. Dus moeten we drastische keuzes maken. Hiervoor is niet alleen meer data nodig. Ook moeten we het verleden van de probleemgebieden eerst nadrukkelijker in kaart hebben voor we technische oplossingen initiëren. Het vormde de belangrijkste conclusie van het door RPS georganiseerde event Amsterdams Peil op 17 mei 2017 in de Hangar in Amsterdam.

De door mensen veroorzaakte bodemdaling speelt al 1000 jaar. Toch neemt het bewustwordingsproces rondom de negatieve impact van dit thema nu pas toe. De vraag lijkt daarom gerechtvaardigd waarom die urgentie pas nu voelbaar wordt? Spreker Gilles Erkens, universitair docent en geoloog bij Deltares, benoemt hiervoor vier redenen. In zijn ogen naderen we op steeds meer plaatsen het einde van het fysieke systeem. Daar komt bij dat steeds meer mensen en bedrijven zich huisvesten in het slappe bodemgebied. Verder weten we steeds meer over bodemprocessen, omdat de inzichten en technieken zijn verbeterd. Tot slot neemt het gebruik toe van kosten-batenanalyses die inzicht geven in de verborgen kosten.

Kansen
Gilles geeft aan dat we op het punt staan een aantal drastische keuzes te maken. “Hiervoor is goede data nodig, maar dat ontbreekt”, vindt de voorzitter van de Europese Technische Commissie voor bodemdaling. Hij introduceert de filosofie van de 6 M’s. Een model dat moet zorgen voor de benodigde data in een Nationale Informatievoorziening Bodembeweging. “Ik ben ervan overtuigd dat er voor overheden en bedrijven veel kansen liggen om met het juiste gebruik van data bewuster om te gaan met de bodemdaling in Nederland.”

6-M model; MBKA = Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse.

Terp
Gilles is een geboren Amsterdammer. Hij ziet zijn stad als een terp overblijven in een verder zakkend veengebied. “In Amsterdam gaan ze mede door de economische ontwikkelingen op een andere manier om met bodemdaling dan in andere steden. Zo ontbreken er bijvoorbeeld stutten bij de huizen, omdat door de hoge huizenprijzen funderingsherstel eenvoudig kan worden uitgevoerd. Ontstaat er bovendien ergens schade door verzakking, bijvoorbeeld een breuk in het riool, dan wordt de reparatiedienst er individueel op uitgestuurd. Daarom is er nog weinig inzicht over de kosten van maaivelddaling.”

Nieuwbouwlocaties
Een stad kampt met bodemdaling door zettingen na het aanbrengen van belastingen. Het omringende gebied met name door veenoxidatie. “Voor de juiste maatregelen moet je die verschillen goed in kaart hebben”, legt Gilles uit.
Beide processen leiden tot andere typen voorspellingen van bodemdaling in de stad en het ommeland. “Zelfs als je 800 jaar hebt belast, blijft het maar zakken als je opnieuw gaat belasten. Nieuwbouwlocaties in Amsterdam gaan ook te maken krijgen met zettingen. Ze bouwen immers ook op slappe grond”, weet de bodemexpert.

Geoloog Gilles Erkens: “Er liggen veel kansen om met het juiste gebruik van data bewuster om te gaan met de bodemdaling in Nederland.”

250 euro per jaar
De geoloog stelt dat de bodemdaling per inwoner in een gemeente in het slappe bodemgebied 250 euro extra per jaar kost. Deze investering is voor het onderhoud aan de infrastructuur en openbare ruimte. “Ingenieursbureaus als RPS moeten bestuurders met dit soort getallen aanspreken. Zij verstaan het vak van meten en zijn in staat de kosten en baten in beeld te brengen. Het zakken van een bodem met 3 millimeter per jaar zegt een bestuurder niet veel. Bij een jaarlijkse kostenpost van 250 euro kom je eerder in actie. Het maken van nauwkeurige schadeschattingen vormt één van de grootste wetenschappelijke uitdagingen binnen het bodemdalingsonderzoek.”

Keizersgracht
Collega Roelof Stuurman van Deltares ging in zijn presentatie specifiek in op de bodemdaling en woningbouw in Amsterdam. “Om de processen van bodemdaling op lokale schaal, zoals in de Herengracht en Keizersgracht, beter te begrijpen is meer informatie nodig. Want, hoeveel water gaat er nu eigenlijk vanuit de grachten naar het grondwater? Kan het überhaupt door de kade? Hoeveel extra grondwater gaan de achtertuinen in de toekomst verdampen? En hoeveel zakt het grondwater en maaiveld dan? Dan komt het dus aan op meten”, stelt de expert stedelijk grondwaterbeheer bij Deltares.

Roelof Stuurman: “Bodemdaling moet niet op een te hoog abstractieniveau blijven.”

Noord/Zuidlijn
Hoewel Amsterdam volgens hem over een goed meetnet beschikt, staan die punten volgens Roelof vaak niet op de goede plek. “Als je dat wil begrijpen moet het grondwatermeetnet in Amsterdam aangepast worden. Je moet meer informatie hebben over de geologie en invloeden van buitenaf nadrukkelijker analyseren. Vlakbij de Herengracht is de Noord/Zuidlijn aangelegd. Wat zijn de effecten daarvan? Hebben ze daar een meetnet voor? Als je het écht wilt begrijpen heb je data nodig.”

Abstract
De visie van Roelof sluit naadloos aan op die van Gilles, waarbij (meer) meten het credo is. “Als je te maken hebt met een ingewikkeld proces zijn we gewend eerst modellen te maken. Daar zijn gegevens voor nodig, maar die worden geschat. Je baseert modellen dus op aannames. Als het ingewikkeld is, kloppen ze niet meer. Het is meten, meten en nog eens meten. Dat levert échte data op.” Volgens de bodemexpert zijn dit soort bijeenkomsten goed voor het bewustwordingsproces. “Ik vind het belangrijk om het concreet te maken. Het moet niet op een te hoog abstractieniveau blijven. Want wat betekent bodemdaling nu eigenlijk voor mijn buurt? En wat gebeurt er nu in mijn buurt.”

Big data
De derde spreker, professor Guus Berkhout, richt zich op het zichtbaar maken van wat er gebeurt in complexe systemen met behulp van big data. Hij kreeg internationale bekendheid met het in kaart brengen van de uiterst ingewikkelde geologische processen diep in de aarde, en de invloed van menselijk ingrijpen daarop (‘geophysical imaging’). Ook hier is de sleutel: “Eerst goed meten.”

Met zijn omvangrijke big data ervaring kijkt Guus Berkhout op een vernieuwende manier naar het sociaaleconomische gedrag van landen en steden en de invloed van dit gedrag op de natuurlijke omgeving.

Energietransitie
“Bij duurzaamheid praten we meestal over het uitputten van de grondstoffen op de planeet en de invloed van schadelijke emissies op het milieu. Men heeft het echter nauwelijks over het feit dat de behoefte van de mens hier een hoofdrol vervult”, begint hij. “Sociale stabiliteit hoort bij duurzaamheid.”

De professor neemt de energietransitie als voorbeeld. “De betaalbaarheid van energie kan zeker voor de lagere inkomens een groot probleem gaan opleveren. Daarom is het noodzakelijk ook het sociaaleconomische aspect erbij te halen. In de eerste plaats om draagvlak te creëren dit voor elkaar te krijgen. Aanzienlijke lastenverzwaringen leiden tot sociale onrust. In de tweede plaats omdat het met sociaaleconomisch gedrag te maken heeft. Juist dat gedrag maken we in ons nieuwe ‘Centrum’ mondiaal zichtbaar.”

Sociaal
Hij vervolgt: “De context van Nederland is de wereld. Het is dus van belang om te weten hoe het er in de wereld in de verschillende landen sociaaleconomisch aan toegaat. Vervolgens ga je steeds een level omlaag. Van land naar stad en van stad naar buurt. Dat heeft allemaal met elkaar te maken.”
Guus hamert erop dat de oplossingen voor bodemdaling sociaaleconomisch bij een probleemgebied moeten passen. Introduceer je in een wijk (dure) oplossingen die niet passen bij de cultuur van de wijk, of bij hoe de wijk ontstaan is, dan is het volgens de professor een wonder als zo’n investering door de bewoners gedragen wordt. “Men ziet nu in dat de manier van werken anders moet. Samenhangender vooral. Je kunt niet meer met technische oplossingen komen die economisch niet passen en sociaal niet verankerd zijn. Het is voor steden als Amsterdam tijd om naar het grote plaatje te kijken.”

Gebruik het grote plaatje bij het oplossen van de bodemproblematiek.

Transitieproces
Guus adviseert eerst een zogenaamd transitiepad zichtbaar te maken voordat je een wijk technisch in een betere conditie brengt. Oftewel, maak een verhaal over de wijk van de afgelopen decennia om het sociaaleconomische aspect beter te kunnen begrijpen. “Hoe komt het dat de wijk is zoals die nu is? Waar komt dat vandaan? Wat voor zaken zijn er gebeurd die ervoor hebben gezorgd dat we nu in een situatie zitten waarbij we moeten ingrijpen?”

“Pas als je dit transitieproces in beeld hebt, ga je met het technische deel beginnen. Doe dit voor alle steden in Nederland. Dan kan je wijken met dezelfde ontwikkelingsfase clusteren en met behulp van big data harde relaties aanbrengen. Je gaat van elkaar leren en krijgt een leersysteem wat steeds slimmer wordt. Uiteindelijk leidt dat tot een nieuw bestuursmodel voor steden. Waarom beginnen we daar in Nederland niet mee?"


Bekijk het fotoalbum

VOLG ONS NIEUWS