Slappe veenbodem is sluipmoordenaar

  • |

De bodem in de Nederlandse laagveengebieden daalt sneller dan de zeespiegel stijgt. Maar niet veel mensen kennen de gevolgen van dit verschijnsel dat voor een groot deel onze eigen schuld is. Onderzoeker Gert Jan van den Born van het Planbureau voor de Leefomgeving spreekt over de gevolgen en maatregelen.

Slappe veenbodem is sluipmoordenaar

Gert Jan van den Born bij de ‘Veenpaal’ aan de rand van Amsterdam-Noord.

Pittoreske dorpjes omringt door sloten en uitgestrekte weilanden waarop zomers koeien grazen. Het Nederland zoals wij dat nu kennen, bestond duizend jaar geleden nog niet. Dat hebben we in het afgelopen millennium zelf zo gemaakt. Vooral de veengebieden waren populaire ontginningsgebieden vanwege de gunstige ligging nabij de steden en vruchtbare grond. Maar veengrond is drassig en slap. Om er voedsel op te verbouwen was ontwateren van de veengronden noodzakelijk. Om er op te wonen moest met houten palen eerst een fundament worden gemaakt. Dat ging lang goed, totdat Moeder Natuur zich roerde.

Waarschuwing
Omdat drooggelegd veen reageert met zuurstof, een proces dat we oxidatie noemen, klinkt het veen in en daalt de bodem. De ‘Veenpaal’ aan de rand van Amsterdam-Noord maakt duidelijk hoe ver de grond in de laagveengebieden onder onze voeten aan het wegzakken is. De paal steekt nu vijf meter boven het maaiveld uit en symboliseert daarmee de afstand die we in de afgelopen duizend jaar ‘gezakt zijn’. “Met een gemiddelde veenbodemdaling van bijna één centimeter per jaar zet dat proces zich gestaag door in de ontwaterde veengebieden”, waarschuwt Gert Jan van den Born van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Veenweidegebied met lage drooglegging in het Amsterdamse Zunderdorp.

Scheuren en breuken
Ontwatering en bodemdaling kan bij oudere huizen met een houten fundament paalrot veroorzaken. Er ontstaan dan scheuren en breuken door de ongelijke zetting. Bij goed gefundeerde huizen is het probleem vooral dat de grond eromheen daalt. Dat brengt sluipenderwijs schade toe aan gebouwen, wegen, stoepen en hekken. Ook riolen, ondergrondse elektriciteitsverbindingen en gasleidingen kunnen ervan breken. Voor het extra onderhoud aan infrastructuur en het bodemdalingsbestendig maken van de huizen in veengebieden is meer dan 20 miljard euro nodig, blijkt uit berekeningen van het PBL. De berekeningen zijn onderdeel van de onlangs verschenen studie ‘Dalende bodems, stijgende kosten’. In dat onderzoek geeft het PBL inzicht in de gevolgen van bodemdaling en brengt het effect van mogelijke maatregelen in het Nederlandse landelijk en stedelijk laagveengebied in beeld.

Meter gezakt
Gert Jan schetst dat de veenbodem in het landelijk gebied blijft zakken, doordat waterschappen het waterpeil iedere tien jaar verlagen. Dat zorgt ervoor dat de boeren in het veenweidegebied hun perceel goed kunnen berijden en de koeien het gras niet vertrappen. In het stedelijk gebied wordt de grondwaterstand juist zoveel mogelijk constant gehouden. Veenbodemdaling ontstaat hier vooral door het samendrukken van de bodem door het gewicht en de belasting van bijvoorbeeld huizen en wegen.

Gert Jan: “De mate van zetting hangt sterk af van de lokale omstandigheden en de fysieke belasting. Bij de Turfmarkt in de historische binnenstad van Gouda is de bodem soms tot meer dan een meter gezakt. Het waterpeil in de gracht verlagen lijkt een optie, maar is dat niet omdat de houten palen onder de gebouwen droog komen te staan. Daardoor gaan de palen rotten en scheuren gebouwen.”

Bij de Turfmarkt in Gouda zijn de bodem en huizen gemiddeld al bijna één meter gezakt. Verder ontwateren zou ervoor zorgen dat de houten fundering van de huizen wordt aangetast.

CO2
De negatieve gevolgen van de bodemdaling blijven niet beperkt tot de landbouw, bebouwde omgeving en infrastructuur. Er zijn ook nadelige effecten op het klimaat, landschap en de biodiversiteit. Zo zijgt het grondwater vanuit de natuurgebieden bijvoorbeeld weg naar de lager gelegen landbouwgebieden waardoor verdroging optreedt. Daarnaast komt door oxidatie stikstof vrij wat in het oppervlaktewater terechtkomt. Verder zorgt de afbraak van het veen voor broeikasgassen. “Als één hectare één centimeter daalt, komt er twintig ton CO2 vrij”, weet Gert Jan.

Cranberries
De studie van het PBL geeft aan dat gericht beleid, investeringen in onderzoek en innovatieve maatregelen noodzakelijk zijn om de kosten van bodemdaling op lange termijn (2050) beheersbaar te houden. Zo is het volgens Gert Jan belangrijk de functie van de gebieden kritisch onder de loep te nemen. Beperk je de ontwatering tot een minimum dan worden de weilanden natter, daalt de grasopbrengst en zijn de percelen moeilijker toegankelijk. “Je kunt een deel van die landbouwgrond op een andere wijze invullen. Denk aan natte landbouw met een ander gewas, zoals cranberries, lisdodde of riet. Op een aantal plekken in Nederland wordt daar al mee geëxperimenteerd”, zegt Gert Jan.
Ook geleidelijke vernatting biedt volgens de onderzoeker mogelijkheden. “Dat vergroot de soortenrijkdom van het gras en biedt kansen voor weidevogels. Agrariërs hebben daardoor wel een hogere kostprijs. Je zou een deel van die kosten kunnen compenseren door een iets hogere verkoopprijs voor melk of kaas en het creëren van een lokale afzetmarkt.”

Technische oplossingen
In gebieden waar de op productiegerichte landbouw toekomst heeft, werpt Gert Jan technische oplossingen op. “Met onderwaterdrainage voorkom je uitdroging van de veenbodem. Zo blijft de grondwaterstand in het gehele perceel tijdens de warme zomerperiode op peil. Dat leidt tot een halvering van de bodemdaling en dus ook van de CO2-emissie.”
En voor gebieden die op termijn hun landbouwfunctie gaan verliezen, door bijvoorbeeld te veel kwel of verzilting? “Daar hebben we geen andere keuze dan er bijvoorbeeld een natuurgebied van te maken”, aldus de bodemexpert.

Innovatie
Om tot de juiste keuzes te komen zijn heldere doelen gewenst. Je vraagt van een agrariër immers nogal wat als hij mogelijk onderdeel wordt van een andere bedrijfsketen, met zijn financiële onzekerheden. Gert Jan stelt dat ondernemers dat proces samen met waterschappen en provincies van onderaf kunnen opbouwen. “Dat levert knelpunten op, maar ook kansen. Je krijgt meer diversiteit in landgebruik met een positieve impact op het klimaat, landschap, de natuur en biodiversiteit. De beheerkosten dalen en je zorgt indirect dat stedelijke gebieden minder snel hoogwaterzones nodig hebben.”

Bewoners van het Uiverplein in Gouda hebben moeite hun huis in te komen nu de bodem voor de voordeur is ingezakt.

Grachtenpanden
Bij maatregelen in die stedelijke laagveengebieden is het volgens Gert Jan belangrijk onderscheid te maken tussen nieuwbouw en bestaande bouw. “Bij nieuwbouw kun je lichter of drijvend bouwen. Een weg op betonnen palen vraagt extra investeringen, maar dat verdient zich terug door met langere afschrijfperiodes te rekenen. Zo ben je uiteindelijk goedkoper uit en voorkom je schade en overlast.”
In de bestaande stedelijke gebieden gaat het om het herstel van de geleden schade. “Bij de grachtenpanden van Amsterdam wordt een batterij aan innovaties toegepast om de panden stabiel te krijgen. Er is speciale technologie ontwikkeld om met kleine heipaalmachines onder het pand te funderen.”

Als het gaat om het herstel van funderingen is een grachtenpand van miljoenen een ander verhaal dan een rijtjeshuis op de Turfmarkt? “Dan moet je creatief zijn in het zoeken naar een betaalbare oplossing. Neem bijvoorbeeld schaalvoordelen mee door samen te zoeken naar innovatieve financieringssystemen. Koppel versterking van het fundament aan het energiezuiniger maken van je huis. In het met elkaar delen van kennis over de bodem en ervaring met herstel en slimme oplossingen is nog veel te winnen.”

Welvaart
De bodemdaling is kortom een sluipend proces. Veel mensen in Nederland weten niet eens dat ze op veen wonen en dat dit extra kosten aan hun huis met zich meebrengt. Mede daardoor was het onderwerp voor de decentrale overheden ook lastig om op de politieke agenda te krijgen. Waar voorheen alleen serieuze aandacht is geweest voor de zeespiegelstijging, begint de stemming in Nederland te veranderen. Provincies, waterschappen en gemeenten komen in actie. Welke lessen moeten zij trekken uit het verleden? Bij het Goudse Uiverplein, notabene een nieuwbouwwijk, zijn de gevolgen van de bodemdaling nu al merkbaar. “Vaak is dan onvoldoende geïnventariseerd dat de bodem ter plekke zo snel daalt”, merkt Gert Jan op. “Er zijn allerlei partijen bij betrokken, voor de huizen, wegen en rioleringen. Maar is er onderling ook afstemming gezocht hoe daarop in te spelen? Pak projecten integraal op en maak bij nieuwbouw zeker niet de fout door te kiezen voor de goedkoopste oplossing.”

Omslag
Er moet volgens Gert Jan een omslag komen in het denken van de korte termijn, reactief en gericht op schadeherstel, naar de lange termijn, proactief en gericht op het vermijden van toekomstige schade en het beperken van overlast. Heeft dat tot slot gevolgen voor onze welvaart? “Bij de landelijke gebieden hoeven andere bedrijfskeuzes geen grote verschuivingen in welvaartseffecten op te leveren als je het beter verwaarden van de producten combineert met meer waarden voor het klimaat en de natuur. Door in steden de juiste investeringen te doen, verdwijnt geleidelijk de extra kostenpost die samenhangt met bodemdaling. Bovendien krijg je energiezuinige huizen en een lagere rekening voor het onderhoud, maar dat vergt tijd. Zeker een generatie.”

Achter het peilscheidingsdam in het Groene Hart moet het waterpeil laag worden gehouden om landbouw mogelijk te maken.

Bodemdaling kost in Nederland zo’n 250 euro extra per bewoner per jaar aan onderhoud van woningen en infrastructuur (bron: Deltares).

VOLG ONS NIEUWS